Europa mengt zich in strijd om krachtige computerchips, maakt het kans?

0
35

De wereldwijde tekorten in de computerchipindustrie houden aan. Een groot deel van de chips komt uit Azië en de VS en dat maakt Europa deels afhankelijk van producenten daar. Reden voor Brussel om daar verandering in te brengen. De vraag is of de juiste strategie wordt gekozen.

De Europese Commissie zei vorige maand dat de productiecapaciteit in 2030 moet zijn verdubbeld naar 20 procent; een eerdere poging hiertoe in 2013 mislukte. Ook moeten er hier chips met meer rekenkracht worden gemaakt, dat kunnen nu alleen partijen in Azië en in de VS. Daarnaast zijn de VS en China verwikkeld in een strijd om het ontwikkelen van de nieuwste chiptechnologie, wat zal bijdragen aan motivatie om hier zelf ook meer mee te doen.

Markt van 439 miljard dollar

De belangen zijn groot, de wereldwijde chipindustrie is goed voor 439 miljard dollar (omgerekend 369 miljard euro). De vraag is echter wel of dit de juiste strategie is. Ingewijden in de chipindustrie, die vanwege hun positie en de gevoeligheid van dit onderwerp hier alleen anoniem over willen praten met de NOS, hebben hun twijfels. Nederlandse Europarlementariërs verwelkomen de ambities, maar zijn ook kritisch.

Bekijk hier hoe groot de chipomzet van Europa is ten opzichte van andere regio’s in de wereld:

Onze telefoons worden steeds sneller en dankzij enorme datacenters kunnen we bijvoorbeeld dagelijks met elkaar zoomen of teamsen. Dat kan door chips met veel rekenkracht; die worden geproduceerd in Azië met zeer fijnmazige chipmachine-technologie.

Het Taiwanese TSMC en het Zuid-Koreaanse Samsung zijn de afgelopen jaren leidend geworden in de productie van dergelijke chips. De Europese Commissie wil dit nu ook hierheen halen.

Samenwerken met Azië

Europa kan de voorsprong die Azië op het terrein van rekenkracht hebben opgebouwd, waarschijnlijk lastig zelf inhalen. Dus dat betekent Brussel moet samenwerken met het bedrijf uit Taiwan of uit Zuid-Korea. “Als de Europese Commissie hier echt serieus in is, moet het met een zak geld naar TSMC gaan zodat zo’n fabriek voor het bedrijf niet 12 miljard dollar kost, maar 6 miljard”, zegt een bron in de chipindustrie.

De vraag is of zo’n fabriek bouwen wel zin heeft. “Dat betekent dat je miljarden Europees geld stopt in een Aziatisch bedrijf dat ook wel iets voor Europa produceert, maar uiteindelijk vooral voor de VS”, zegt deze bron.

Daarnaast is een fabriek een druppel op een gloeiende plaat, zegt een andere ingewijde. “Je kunt het doel hebben over tien jaar minder afhankelijk te zijn van partij A of B. Dat is niet onmogelijk, maar dan moet je wel een stuk meer fabrieken neerzetten en bijbehorende investeringen doen.” Dat kan dus oplopen tot tientallen miljarden euro’s. En het neerzetten en operationeel krijgen van zo’n fabriek is een “enorme onderneming”.

“Ik denk dat het heel goed is dat je als Europa meer wil investeren in de chipindustrie”, zegt een van de ingewijden. “Maar je moet investeren in waar je goed in bent, dan kun je het verschil maken als Europees bedrijf.”

Daarbij wordt gewezen naar bijvoorbeeld chips voor de auto-industrie en het internet der dingen; denk aan slimme speakers, deurbel of rookmelder. Die worden gemaakt door bijvoorbeeld het Nederlandse NXP en de Duitse bedrijven Bosch en Infineon.

Machtsbalans is belangrijk

Die kanttekening klinkt ook vanuit het Europees Parlement. Volgens CDA-Europarlementariër Tom Berendsen moet de EU minder afhankelijk worden van de VS en Azië, maar is het daarbij ook belangrijk om te kijken naar waar de bestaande chipindustrie goed in is.

“De vraag is: waar hebben we kracht in de keten, investeer dan daarin”, zegt Berendsen. “Andere delen van de wereld zijn dan afhankelijk van ons. Het is belangrijk een machtsbalans te hebben.”

Binnen de Europese chipindustrie zijn ook een aantal Nederlandse bedrijven belangrijk, zoals chipmachinemaker ASML in Veldhoven:

Mohammed Chahim, Europarlementariër voor de PvdA zegt dat er voor de energietransitie een enorme hoeveelheid chips nodig zijn. Wat hem betreft is het daarom goed een bepaalde mate van onafhankelijkheid te hebben.

De VVD vreest ook voor geopolitieke spanningen. Het gaat dan om de VS en China, maar ook om de wijze waarop China met Taiwan omgaat; Taiwan is essentieel in de chipproductie. “Je zult daarom iets moeten doen om Europa te beschermen tegen de geopolitieke deiningen”, zegt VVD-Europarlementariër Bart Groothuis.

Uiteindelijk is het de vraag of Brussel en de industrie elkaar kunnen vinden. De ambitie moet wel worden gesteund door de industrie, zegt een ingewijde uit de chipsector. Of dat zo is, moet de komende jaren blijken.

Bron: NOS.nl

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

20 + vijf =