Nederland ‘best voorbereid’ op autonome auto’s, fietsers maken komst lastig

0
24

Nederland blijft volgens onderzoek het best voorbereid op de komst van zelfrijdende auto’s. De VS, waar de meeste testen plaatsvinden, staat lager op de lijst. Tegelijkertijd kampt Nederland met een uitdaging die het massaal laten rijden van dergelijke auto’s kan tegenhouden: fietsers.

De conclusie dat Nederland zo geschikt is voor zelfrijdende auto’s komt uit een rapport van KPMG. Het consultancybureau onderzocht 25 landen op basis van vier factoren: technologie, acceptatie van consumenten, wetgeving en infrastructuur.

‘Heel lastig beginnen’

Toch zijn er hier ook problemen voor de zelfrijdende auto. “We hebben hier veel fietsers. In stedelijke, drukke gebieden zal het heel lastig zijn om te beginnen met autonoom rijden”, schrijft Stijn de Groen, manager bij KPMG Advisory, in het rapport.

Deskundigen die de NOS sprak, bevestigen de analyse van het bureau: de opbouw van Nederland maakt het lastig om de zelfrijdende auto een prominente plek te geven in stedelijke gebieden. In de VS is dat makkelijker (en staat in het rapport op plek vier). Het land is de thuisbasis van tientallen bedrijven die zelfrijdende auto’s ontwikkelen, waaronder Googles zusterbedrijf Waymo.

“Er zit een behoorlijk verschil tussen de Amerikaanse en Nederlandse wegen in de stad”, legt Bert van Wee, hoogleraar Transportbeleid aan de TU Delft, uit. “In de VS zijn de wegen recht en breed, waardoor er behoorlijk wat ruimte kan zitten tussen zelfrijdende voertuigen en fietsers. In veel Nederlandse steden zullen die vlak naast elkaar rijden.”

Slingerende studenten

“Daarnaast moeten auto’s rekening houden met allerlei uitzonderingssituaties: denk aan een aangeschoten student die slingert, of een oudere dame die niet zo goed om zich heen kan kijken.” Hoe drukker de weg is, hoe lastiger het is om een zelfrijdende auto te introduceren.

“In de stad zal een automatische auto niet veel opschieten”, zegt zijn TU Delft-collega Bart van Arem, hoogleraar Transportmodellen. “In de buitenwijken zal het denk ik al wel beter gaan.” Van Arem ziet de snelweg als meest logische plek worden voor zelfrijdende auto’s. Hij denkt dat toekomstige auto’s voorzien kunnen worden van een functie waarbij het stuur kan worden ingeklapt op het moment dat de auto zelfstandig gaat rijden en je een signaal krijgt als je het stuur weer moet overnemen.

“Ik denk dat het lastig zal zijn om voor stedelijke gebieden betrouwbare zelfrijdende auto’s te ontwikkelen”, zegt Willem Vlakveld, onderzoeker Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Daarnaast merkt hij op dat er nog weinig bekend is over hoe fietsers op zelfrijdende auto’s zullen reageren. Een onderzoek van SWOV naar die vraag leverde onder meer de conclusie op dat er meer onderzoek nodig is (zie kader).

De zelfrijdende auto werd de afgelopen jaren gezien als iets dat in potentie een grote impact zou kunnen hebben op de toekomst van ons transport. Toch is het enthousiasme dat er een paar jaar geleden was minder geworden.

Zo temperde de topman van Waymo eind vorig jaar al de verwachtingen. “Autonoom rijden zal altijd een aantal beperkingen hebben”, tekende techsite CNET op. “Het is heel, heel ingewikkeld. Je weet niet wat je niet weet totdat je uitprobeert.”

‘Dat maak ik niet meer mee’

Van Arem van TU Delft zegt dat er de afgelopen jaren sprake was van een zogeheten hype cycle en dat het gesprek nu wat realistischer wordt. Onderzoeker Vlakveld herkent dat ook: “De algemene teneur onder experts en de bevolking is veranderd.”

Hij denkt dat een reeks ongelukken, onder meer een dodelijk ongeluk met een Uber in maart vorig jaar, heeft gezorgd voor dat kantelpunt.

Dus het idee dat over tien of twintig jaar – of nog later – zelfrijdende auto’s je van deur tot deur kunnen vervoeren lijkt verre van realistisch. “Dat scenario gaat er niet snel komen”, zegt hoogleraar Bert van Wee. “Ik ben nu 61, ik geloof niet dat ik dat nog ga meemaken.”

Bron: NOS.nl

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

16 − zestien =